Het verhaal van Stefan

The start of a journey

22 jaar geleden, kwam ‘ei’genaar Stefan op 10-jarige leeftijd, op het idee om verse eieren van de boerderij bij hem in de straat te verkopen. Lees meer over hoe dit idee is uitgegroeid tot een succesvol bedrijf.

“Een kennis van mij was eierboer en wilde wekelijks wel eieren bij mij thuis komen leveren, maar ik moest zelf een bolderkar regelen en mijn eerste klantjes werven. Zo gezegd, zo gedaan. Ik maakte briefjes, deed die bij mij in de straat door de brievenbussen en belde een paar dagen later aan om te vragen of mensen klant wilden worden. Het leuke vind ik dat de redenen van mensen om klant te worden vandaag de dag nog steeds dezelfde zijn als 22 jaar geleden: een tiener uit de straat toont een initiatief, iets wat mensen steunen en waarderen, de eieren komen van een boer met eigen pakstation en zijn dus veel verser dan in bijvoorbeeld de supermarkt, mensen zijn niet verplicht om iedere week te moeten kopen en anderzijds kunnen ze zonder vooraf te bestellen ook grote, of juist heel kleine hoeveelheden afnemen: vers maatwerk, ergens geeft het mensen een gevoel van nostalgie; een bolderkar, een vers product, aan huis, het persoonlijke contact, net als vroeger!

In het begin had ik ongeveer 60 klantjes en verkocht ik ongeveer 420 eieren per week. En het leuke was dat ook mijn kameraad Richard besloot om als bijbaan eieren te gaan verkopen. Hij startte een wijk op bij hem in de buurt en wekelijks maakten we er een wedstrijdje van wie de meeste eieren verkocht. Omdat klanten mij steeds naar nieuwe adressen bleven sturen, werd 1 avond al snel opgevolgd door een tweede en later derde avond. Maar toen al mijn beschikbare avonden bezet waren leek de uitbreiding gelimiteerd. 

Of toch niet? Want mijn broertje, Jochem, die het al een tijdje leuk vond om mee te lopen, gaf aan dat hij wel graag een eigen eierwijkje zou willen gaan lopen. En dat bracht me op het idee wat vandaag, 22 jaar later is uitgegroeid tot het concept vandaag de dag: ik regel een bolderkar, maak een looproute in een nieuwe wijk, werf klantjes en stel mijn broertje voor aan de mensen die klant worden, ik loop nog een weekje mee, dan gaat mijn broertje zelfstandig aan de slag en laat hem per ei een leuk bedrag verdienen.

Zo pakte ik het aan. En mijn broertje? Die was dik tevreden! Alleen dat had wel gevolgen, want binnen de kortste keren ging de telefoon ‘Ja met je neefje Sven, ik zou het ook leuk vinden om hier in de wijk eieren te verkopen, kan dat?’. Hier hoefde ik niet lang over na te denken: ‘Ja, natuurlijk,’ zei ik, en binnen paar weken was ook hij up en running. Omdat ik in aantallen hierdoor iets uitliep op Richard, besloot ook hij om iemand te gaan benaderen, en met succes. 

Ik had de smaak te pakken en besloot actief jongeren te gaan benaderen met de vraag of ze interesse hadden in een leuk bijbaantje. Bij interesse gaf ik bij hen thuis al de informatie waarna de formule werd uitgerold. Op 18-jarige leeftijd liepen er ongeveer 40 jongeren en bezorgde ik eerst in de Fiat Seicento van mijn moeder (Richard in de auto van zijn moeder) en later in een gele Renault Kangoo de eieren bij de jongeren thuis.

Ook berekende ik van al de jongeren hun verdiensten op basis van hoeveel eieren ze verkocht hadden. Iedereen was blij; de klanten, de jongeren en ik. De enige die niet altijd even blij waren, waren mijn vader en moeder, want mijn moeder was om de haverklap haar auto kwijt en mijn vader zag zijn schuur veranderen in een eier-opslag haha! Maar desondanks printte hij nog altijd mijn klanten werf flyers bij hem op de zaak.”